Het merendeel van de cliënten die ik in mijn praktijk krijg is vrouwelijk. Gelukkig komen er zo nu en dan ook mannen. En bij die mannen valt me steeds meer de rol van het thema ‘mannelijkheid’ op. Veel vrouwen herkennen het stereotype ‘brave, behulpzame meisje’ uit hun jeugd, en ze ervaren dat het mechanisme dat bij zo’n stereotype hoort, op latere leeftijd behoorlijk in de weg kan zitten bij het ontwikkelen van hun eigen behoeftes en krachten, met alle gevolgen van dien. Steeds vaker kom ik de mannelijke equivalent van dit stereotype tegen: het kwetsbare, gevoelige jongetje dat vooral ‘geen mietje’ wilde zijn. En dus verstopt hij zijn gevoelens, angsten en behoeftes, en gaat hij ‘stoer’ gedrag vertonen dat in zijn omgeving gewenst is en beloond wordt.

De mannen die ik de afgelopen tijd heb begeleid, stelde ik de volgende vraag: kun je je het moment nog herinneren dat je als kind voor de eerste keer gevraagd werd om een man te zijn? Bijvoorbeeld doordat iemand iets tegen je zei als “mannen huilen niet”, “zo wordt je nooit een vent” of “een Jansen slaat altijd terug, liefst harder.”  Wat denk je? Elke man die ik deze vraag stelde, wist zich het exacte moment nog precies te herinneren. Wat mij raakte in hun verhalen is de betekenis die deze jongens vanaf dat moment aan het man-zijn geven: je bent een man als je je tranen wegslikt. Als je je gevoel uit leert schakelen. Als je gewoon altijd maar doorgaat. De overtuigingen die erbij horen liegen er niet om. Zo was er een man die als voorbeeld noemde: “voelen is falen.” Het ontkrachten van deze oude betekenissen en overtuigingen is een kwetsbaar en intiem proces. In de fase daarna ontstaat er ruimte om vanuit het volwassen bewustzijn opnieuw een eigen invulling te geven aan het man-zijn, zonder stereotypes. En die laatste stap doen zowel vrouwen als mannen op dezelfde manier: vanuit zelfkennis, met aandacht voor de eigen behoeftes en kwaliteiten.