Kinderen laten ons kanten van onszelf zien waar we liever niet naar kijken. Ze spiegelen. En anders dan in een gewone spiegel kunnen we niet wegkijken: in elk contact met ons kind is er weer dat spiegelbeeld. We kunnen niet wegkijken, maar afkeuren lukt daarentegen prima. Het gedrag of de emoties die het kind laat zien irriteren ons, en we willen dat het kind er mee op houdt. Als dat niet vanzelf gaat, dan maar met hulp van buiten af. En zo komen ze bij mij in de praktijk.

Hoe kan het, dat een kind feilloos datgene oppikt dat we liever vergeten, of al heel lang niet meer gevoeld of gedacht hebben. Vaak stuit het op weerstand als ik met ouders werk en dit onderwerp aansnij. “Herkent één van jullie iets in het gedrag of het thema dat jullie zoon of dochter laat zien?” De eerste reactie is bijna altijd “nee”. Na enig doorvragen hoor ik dan regelmatig dat men het in de verte herkent van vroeger, maar dat het nu al lang niet meer speelt. Daar kan het gedrag van het kind toch zeker niks mee te maken hebben? “ja zeg, straks heb ik het nog gedaan!” riep een ouder eens. Het gaat altijd om gevoeligheden, oude pijn. En niet te vergeten schaamte en schuld. Het is wel eens voorgekomen dat beide ouders elke herkenning stellig uitsloten tijdens een stroeve ontmoeting. Een paar dagen later belde de vader of hij alleen langs kon komen. Alle zorgvuldig opgeborgen en afgedekte pijnlijke herinneringen waren na jaren weer wakker geworden. Schaamte maakte dat hij er niet over wilde praten, zeker niet in het bijzijn van zijn vrouw en kind. Het liefst had hij alles voor altijd “onder het tapijt gelaten”. Het besef dat hij daarmee de last doorgaf aan de volgende generatie, in dit geval zijn zoon, gaf hem de moed en de energie om er toch iets mee te doen. Samen met hem heb ik gewerkt aan zijn onverwerkte oude pijn. Naar zijn echtgenote toe noemden we het op zijn verzoek ‘ouderschaps coaching’. Toen hij er aan toe was hebben we zijn vrouw betrokken bij het proces. En weer later kon hij zijn zoon vertellen over hetgeen hij herkende in de buien, de woede en de onmacht die de zoon liet zien. Vanuit systemisch perspectief ondertitelde ik het gedrag van de zoon als loyaliteit aan de vader. Hierna werden de buien van de jongen langzaam minder en minder: ze waren niet meer nodig, de spiegel had zijn werk gedaan. De vader had er in gekeken en zag nu zichzelf met alles wat er bij hoorde. En dat bracht de rust terug in het hele gezin.