Iedereen heeft het op zijn minst weleens gedacht en waarschijnlijk ook hardop gezegd: ‘Later als ik groot ben, dan …’ ‘Dan word ik net zo sterk als papa.’ Of ‘Dan word ik net zo slim als opa.’ Maar vaker nog zeggen we het tegenovergestelde: ‘Dan ga ik het helemaal anders doen. Dan hoeven mijn kinderen zich nooit zorgen te maken.’ Of je het nou hetzelfde wilt doen of juist helemaal anders: de paradox is dat het er meestal op neerkomt dat hoe harder je je best doet om het anders te doen, des te groter de kans is dat er precies hetzelfde gebeurt.

Een voorbeeld: een vrouw van middelbare leeftijd heeft nare herinneringen aan het claimgedrag van haar ouders. Als kind werd er van haar verwacht dat ze altijd klaarstond voor haar vader en moeder. De vrouw heeft er het gevoel aan overgehouden dat het ze nooit belangrijk was voor haar ouders, tenzij er iets moest gebeuren. Ze neemt zich voor het heel anders te doen met haar eigen kinderen:

die hoeven nooit voor haar klaar te staan of haar te helpen. Door niks van ze nodig te hebben, toont deze moeder haar liefde voor de kinderen. Dus elke keer als haar kinderen vragen of ze iets voor haar kunnen doen of meenemen, krijgen ze ‘nee’ te horen. Wat gebeurt er uiteindelijk: de kinderen voelen zich afgewezen en krijgen het gevoel dat ze niet belangrijk zijn voor moeder, omdat ze nooit iets van ze nodig heeft. Onbedoeld is de vrouw met haar kinderen precies in de dynamiek terechtgekomen die ze zo graag wilde voorkomen.

Hoe komt het nou dat zo’n patroon zich herhaalt?

Dat ontstaat wanneer je in de opvoeding van je kinderen onbewust iets wilt goedmaken dat je zelf als kind hebt gemist in je jeugd. Zonder dat je het in de gaten hebt, ben je dan met je aandacht in het verleden, en daardoor mis je de heldere blik die in het nu ‘ziet’ wat er speelt en nodig is bij je kinderen. Vervolgens reageer je vanuit dat verleden op je kinderen, en op die manier creëer je zonder dat je het in de gaten hebt precies dat wat je
niet wilt: herhaling.

De grootste kans om dat te voorkomen, is door (onder begeleiding) zelfonderzoek te doen om erachter te komen wat de behoeftes en verlangens zijn van het kind dat jij zelf ooit bent geweest. Dat kind van toen is er niet meer, maar als je haar of zijn onvervulde behoeftes helder hebt, dan herken je ze. En daarmee kun je onderscheid maken tussen jóúw verlangens en die van je kind. Onderscheid tussen ‘vroeger’ en ‘nu’. En dat maakt je vrij om in het hier en nu je ouder rol te vervullen. ‘Later als ik groot ben… … doe ik het zoals het bij mij past.’